voorbeeldtoets_ned[1] - Technische Universiteit Delft...

Info iconThis preview shows pages 1–4. Sign up to view the full content.

View Full Document Right Arrow Icon
Technische Universiteit Delft Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica Mekelweg 4, Delft Voorbeeldtoets Lees zorgvuldig onderstaande punten door Deze toets is bedoeld om een idee te krijgen van uw parate kennis en uw beheersing van enkele basisvaardigheden van de wiskunde op het huidige moment. Het gebruik van een rekenmachine of een formulekaart is niet toegestaan. De toets bestaat uit 22 meerkeuzevragen. Bij iedere vraag is ´ en van de vier mogelijkheden goed. De tijdsduur van de toets is ´ en uur. 1. Een van de volgende beweringen is niet juist. Welke? a. 5 2 - 3 = 40 b. 64 2 3 = 16 c. 1 1 2 + 1 3 = 5 d. q 1 11 = 1 11 11 2. De uitdrukking 3 a 5 a is gelijk aan a. 15 a b. 8 a c. 8 a 2 d. 15 a 8 3. Welk van de volgende getallen is het grootst? a. 2 b. 3 4 c. 4 8 d. 5 16 4. De uitdrukking a 2 - a + a 2 + a is gelijk aan a. 4 a 4 - a 2 b. 2 a 2 a 2 - 4 c. 2 a 2 4 - a 2 d. 4 a a 2 - 4 zie volgende pagina
Background image of page 1

Info iconThis preview has intentionally blurred sections. Sign up to view the full version.

View Full DocumentRight Arrow Icon
5. De uitdrukking ( 11 - 7 ) 2 - ( 11 + 7 ) 2 is gelijk aan a. 0 b. 36 - 4 77 c. - 14 d. - 4 77 6. Hoeveel verschillende nulpunten heeft de functie f ( x ) = x 3 - 8 x 2 + 16 x ? a. 3 b. 2 c. 1 d. 0 7. De uitdrukking ln( p e e ) ln( e) is gelijk aan a. e b. 1 2 c. 3 2 d. 1 4 8. Als 3 ln( y ) = x 3 + ln(8), dan is y gelijk aan a. 2e x b. 8 e 1 3 x 3 c. 8 3 e 1 3 x 3 d. 2 e 1 3 x 3 9. Als f ( x ) = x 2 en g ( x ) = 1 + x , dan is f ( g ( x )) gelijk aan a. 1 + x 2 b. (1 + x ) 2 c. x 2 (1 + x ) d. x 2 + (1 + x ) 10. Gevraagd wordt om de volgende twee vergelijkingen op te lossen: (1) ln( x 2 ) = 4, (2) (ln( x )) 2 = 4 Iemand lost deze vergelijkingen als volgt op: (1) ln( x 2 ) = 4 2 ln( x ) = 4 ln( x ) = 2 x = e 2 (2) (ln( x )) 2 = 4 ln( x ) = 2 x = e 2 Welke uitspraak is waar? a. Alleen oplossing (1) is volledig c. Beide oplossingen zijn volledig b. Alleen oplossing (2) is volledig d. Geen van beide oplossingen is volledig. 11. De uitdrukking ln(e 5 - e 3 ) is gelijk aan a. 2 b. 5 3 c. 3 + ln(e 2 - 1) d. 3 - ln(e 2 - 1) zie volgende pagina
Background image of page 2
12. Gegeven is de functie f ( x ) = 1 - x 2 10 log( x ) . Het domein van de functie f bestaat uit die x waarvoor geldt a. 0 < x c. - 1 x 1 b. 0 < x < 1 d. - 1 x 1 ´ en x 6 = 0 13. De uitdrukking 7 49 log(3) is gelijk aan a. 7 log(9) b. 3 c. 7 log( 3) d. 9 14. Los de vergelijking 2 x + 1 = x 2 + 5 op. De vergelijking heeft a. ´ en oplossing x 1 . Er geldt dat x 1 > 1. c. ´ en oplossing x 1 . Er geldt dat 0 < x 1 < 1. b.
Background image of page 3

Info iconThis preview has intentionally blurred sections. Sign up to view the full version.

View Full DocumentRight Arrow Icon
Image of page 4
This is the end of the preview. Sign up to access the rest of the document.

This note was uploaded on 09/12/2008 for the course 3ME WB1114 taught by Professor I.paraschiv during the Spring '08 term at Technische Universiteit Delft.

Page1 / 8

voorbeeldtoets_ned[1] - Technische Universiteit Delft...

This preview shows document pages 1 - 4. Sign up to view the full document.

View Full Document Right Arrow Icon
Ask a homework question - tutors are online