IB - Mehmet Gl 5790700 Vraag 1 a) Op grond van artikel 13...

Info iconThis preview shows page 1. Sign up to view the full content.

View Full Document Right Arrow Icon
Mehmet Güçlü 5790700 Vraag 1 a) Op grond van artikel 13 lid 2 sub a Wet Vpb 1969 vormt het belang in B BV een deelneming voor A BV. In het artikel wordt namelijk aangegeven dat er sprake i van een deelneming wanneer de belastingplichtige voor ten minste 5% van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder dient te zijn van een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld. Uitgaande van de case wordt de berekening als volgt: 6/100=6%, dus BV A houdt 6% van de aandelen in BV B. Er hiermee wordt dus voldaan aan een minimum van 5%. b) Op grond van art. 13 lid 2 is er hier sprake van een volgestorte bedrag. Dit is 50% (3 aandelen) van de 6 aandelen. Dit is 3% van hjet totale aandelenkapitaal. Omdat dit percentage niet minstens gelijk is aan 5% is er geen aanwijzing tot een deelneming. c) Om aan de voorwaarde van een deelneming te voldoen is het van belang dat er een nominale storting heeft plaatsgevonden. A BV heeft de aandelen a pari uitgereikt gekregen, wat een nominale storting is. Het maakt hier niet uit dat de andere
Background image of page 1
This is the end of the preview. Sign up to access the rest of the document.

This note was uploaded on 04/19/2010 for the course ECO 5864780 taught by Professor Osturuk during the Spring '10 term at UAA.

Ask a homework question - tutors are online