Hellings_2001 - ORGANISATORISCHE UITDAGINGEN VOOR...

Info iconThis preview shows pages 1–2. Sign up to view the full content.

View Full Document Right Arrow Icon
ORGANISATORISCHE UITDAGINGEN VOOR ZIEKENHUIZEN IN HET NIEUWE MILLENNIUM (Hellings, J, Hospital.be, 2001, Nr. 245) Als ik Z.O.L (Ziekenhuis Oost-Limburg) bespreek, en dus eigenlijk terugkijk in de tijd, dan doe ik dat niet vanuit de overtuiging dat hetgeen in het Z.O.L. gebeurde voor iedereen een goede optie is, of dat dit nu een absolute successtory is waardoor al onze problemen opgelost zijn; wie de ziekenhuissector en zijn complexiteit voldoende kent zal dit ook niet verwachten. Ik beschrijf hier het verhaal van het Z.O.L. omdat het leerrijk kan zijn om te vernemen hoe een concreet veranderingsproject in een groot ziekenhuis werd aangepakt en wat de sterke en zwakke punten zijn. Want, dat moge in ieder geval duidelijk zijn, ziekenhuizen zullen permanent verder moeten veranderen om een kwaliteitsvol antwoord te kunnen geven in een snel evoluerende context, met steeds meer expliciete verwachtingen. Elementen die de druk om te veranderen doen toenemen, zijn genoegzaam bekend; ze zijn demografisch, technologisch en maatschappelijk van aard (1). Het ziekenhuisbestuur zal in de toekomst veel meer gericht moeten zijn op het kunnen aansturen van processen, op zorgbeleid in plaats van het enkel beheren van structuur en infrastructuur, van bedden en gebouwen, van departementen en apparaten (2) . We zullen daar nieuwe organisatiemodellen voor nodig hebben, modellen die flexibel kunnen inspelen op de evoluerende behoeften, modellen waar artsen kunnen participeren aan het management (3) , modellen waarmee de noodzakelijke belangen- en doelstellingen-congruentie, tussen ziekenhuizen en ziekenhuisartsen bevorderd kan worden. Maar ieder organisatiemodel zal steeds ingebed zijn in een globaal systeem van gezondheidszorg, waardoor de mogelijkheid om te veranderen beperkt wordt. We moeten het dus doen met de spelregels die er zijn. Ik breng beschrijf het verhaal van het Z.O.L. in twee delen met de wat mysterieuze titels: "Wat gebeurde er in het Z.O.L. en waarom", als deel 1, en "Hoe werd dat in het Z.O.L. aangepakt", als deel 2. Deel 1 begin ik met een korte theoretische reflectie als achtergrond voor de structuur van het Z.O.L. Deel 2 wordt afgerond met een korte toelichting bij een aantal concepten die we in het Z.O.L. gebruikten voor de onderbouw van het proces. WAT GEBEURDE ER IN HET Z.O.L. EN WAAROM? In zijn dissertatie aan de Carnegie-Mellon universiteit schreef Pradip Khanwalla dat het succes van uiteenlopende bedrijven niet kon worden verklaard door het gebruik dat ze maakten van een of ander op zichzelf staande organisatie-eigenschap (zoals een bepaald plannings- of decentralisatiemodel), maar door de wijze waarop ze diverse eigenschappen ineenvlochten. M.a.w., er bestonden verschillende wegen voor het succes, gebaseerd op het vermogen van de organisatie om de gebruikte eigenschappen een gemeenschappelijke vorm, een "configuratie" te geven. Verschillende kenmerken tot één geheel maken, bleek belangrijker dan welke "enige
Background image of page 1

Info iconThis preview has intentionally blurred sections. Sign up to view the full version.

View Full DocumentRight Arrow Icon
Image of page 2
This is the end of the preview. Sign up to access the rest of the document.

This note was uploaded on 05/30/2010 for the course GE DZMBGS0100 taught by Professor Sofieverhaeghe during the Spring '10 term at Ghent University.

Page1 / 17

Hellings_2001 - ORGANISATORISCHE UITDAGINGEN VOOR...

This preview shows document pages 1 - 2. Sign up to view the full document.

View Full Document Right Arrow Icon
Ask a homework question - tutors are online