1.1 Functionele histologie Hst. 8 Botweefsel

1.1 Functionele histologie Hst. 8 Botweefsel - Blok 1.1 Het...

Info iconThis preview shows pages 1–2. Sign up to view the full content.

View Full Document Right Arrow Icon
Blok 1.1 Het Geneeskundig proces Functionele histologie Hst. 8 Botweefsel Functies van botweefsel: Ondersteuning van weke delen Bescherming van organen, zoals die in de schedelholte en de thorax Vormt een systeem van hefbomen, dat krachten van spieren overbrengt op beenderen en daarmee omzet in bewegingen Vormt een mergholte met beenmerg, waarin bloedcellen aangemaakt worden Fungeert als een enorm reservoir voor mineralen; zo bevat bot 99% van de calciumvoorraad van het lichaam Typen cellen: Osteoblasten : botvormende cellen die de organische componenten van de botmatrix produceren, dus collageen type I, proteoglycanen en structurele glycoproteïnen. Het matrixmateriaal wordt aan de botzijde afgezet, waardoor een heldere zone ontstaat met daarin de nieuwe (nog onverkalkte) botmatrix, osteoïd. Als de matrixsynthese toeneemt, raken vele osteoblasten volledig ingesloten en worden zo osteocyten. Gelijktijdig worden kaliumzouten afgezet in het osteoïd, waardoor deze matrix verkalkt en het harde botweefsel ontstaat. Het anorganische materiaal bestaat voornamelijk uit calcium en fosfaat. Dit kan samen hydroxy-apateitkristallen vormen. Deze liggen als een dichte massa van fijne naaldjes langs collagene fibrillen en zijn omgeven door grondsubstantie. Osteocyten : volwassen botcellen die in holten ( lacunae ) van de botmatrix liggen. Ze produceren stoffen die noodzakelijk zijn om de botmatrix in stand te houden. Wanneer zij doodgaan, wordt de matrix geresorbeerd. Osteoclasten : grote multinucleaire cellen die ontstaan door fusie van eenkernige voorlopercellen, afkomstig van het beenmerg. Het zijn vrij beweeglijke cellen, die bot kunnen afbreken en daartoe als langgerekte cellen tegen de botrand aan liggen. Met de organelvrije heldere zone met veel actinefilamenten kan de cel zich, via integrinen, aan het bot hechten. Zo ontstaat er een afgesloten ruimte, het sub- osteoclastcompartiment, tussen de ruffled border en het botoppervlak. In dit zure micromilieu kan de botafbraak plaatsvinden. Lysosomen en exocytoseblaasjes scheiden collagenase en lysosomale enzymen uit en daarmee wordt het collageen afgebroken en worden kalkzouten opgelost. Via endocytose worden de degradatieproducten in de cel opgenomen, verder afgebroken en afgevoerd via capillairen. Het periost is een bindweefselvlies die aan de buitenkant vezelig is en aan de buitenkant van het bot ligt. De collagene vezels die het periost aan het bot hechten, zijn de vezels van Sharpey . Hiermee vindt ook de aanhechting van pees of ligament aan een bot plaats. De binnenste laag bevat veel bloedvaten en osteoprogenitorcellen, die kunnen differentiëren tot osteoblasten. Het endost is een veel dunnere laag bindweefsel met osteoprogenitorcellen. In beide zitten veel bloedvaten en deze dringen het bot binnen via
Background image of page 1

Info iconThis preview has intentionally blurred sections. Sign up to view the full version.

View Full DocumentRight Arrow Icon
Image of page 2
This is the end of the preview. Sign up to access the rest of the document.

This note was uploaded on 01/09/2011 for the course MED Blok 1.1 taught by Professor Kuks during the Fall '10 term at Rijksuniversiteit Groningen.

Page1 / 3

1.1 Functionele histologie Hst. 8 Botweefsel - Blok 1.1 Het...

This preview shows document pages 1 - 2. Sign up to view the full document.

View Full Document Right Arrow Icon
Ask a homework question - tutors are online