2.1 LPs hst.12 - Blok 2.1 Waarnemen en reageren Leerboek...

Info iconThis preview shows pages 1–2. Sign up to view the full content.

View Full Document Right Arrow Icon
Blok 2.1 Waarnemen en reageren Leerboek Psychiatrie Hst. 12 Angst- en dwangstoornissen (en farmacotherapeutisch kompas) 12.1 Angststoornissen Angst is een normale reactie op een angstopwekkende prikkel. Angst kenmerkt zich door specifieke gedachten, lichamelijk verschijnselen en gedragingen. Wanneer na een angstprikkel een ongewoon intense en/of langdurige angst ontstaat, die buiten proporties is, of wanneer de angst zonder angstprikkel aanwezig is, wordt gesproken van pathologische angst. Er is pas sprake van een angststoornis als de pathologische angst klinisch relevant is, dat wil zeggen dat de persoon er subjectief last van heeft en er in het dagelijks leven ernstige beperkingen door ervaart. Plotseling opkomende aanvallen van angst, gepaard gaand met een scala van lichamelijk verschijnselen, waarbij de persoon bang is om dood te gaan, gek te worden, de controle over zichzelf te verliezen, wordt wel een paniekaanval genoemd. Zo’n aanval komt plotseling op, bereikt binnen 10 minuten een hoogtepunt en neemt daarna geleidelijk in heftigheid af. Ongeveer 10% van de algemene bevolking maakt ooit in zijn leven een paniekaanval door. Maar er is pas sprake van een paniekstoornis wanneer onverwachte paniekaanvallen zich blijven herhalen en wanneer en ongerustheid ontstaat om een nieuwe aanval te krijgen. Bij ongeveer de helft van de patiënten ontstaat tevens fobisch vermijdingsgedrag. Patiënten met een paniekstoornis met agorafobie vermijden plaatsen of situaties van waaruit vluchten onmogelijk is, waarin ze zich schamen of waarbij geen hulp voorhanden is. Ze zijn bang om in die situaties een paniekaanval te krijgen. Paniekstoornis komt ongeveer bij 1- 5% van de bevolking voor. Bij de sociale fobie is sprake van een extreme angst en vrees voor sociale situaties waarin de patiënt bevreesd is zichzelf belachelijk te zullen maken, kritiek van anderen te krijgen of niet goed aan de eisen te kunnen voldoen die de situatie stelt. De angst kan de vorm van een paniekaanval aannemen. Subtielere vormen van vermijding, ook wel ‘veiligheidsgedrag’ genoemd, bestaan uit bijv. het gebruik maken van make-up om blozen te maskeren. Ook wordt frequent alcohol gebruik voordat de patiënt een sociale situatie ingaat. Subtypen zijn de specifieke sociale fobie en de gegeneraliseerde sociale fobie. De lifetime-prevalentie van sociale fobie varieert van 3-13%. De specifieke fobie kenmerkt zich door aanhoudende angst voor en vermijding van bepaalde situaties. De fobische situaties worden wel onderverdeeld op grond van de situaties of objecten waar de patiënt bang voor is. Als subtypen bestaan het diertype, natuurtype (bijv. onweer of hoogtes), bloed/injectie/verwondingstype, situationeel type en overig type. De jaarprevalentie van een specifieke fobie is ongeveer 9%. Het belangrijkste verschijnsel van een
Background image of page 1

Info iconThis preview has intentionally blurred sections. Sign up to view the full version.

View Full DocumentRight Arrow Icon
Image of page 2
This is the end of the preview. Sign up to access the rest of the document.

This note was uploaded on 01/09/2011 for the course MED Blok 2.1 taught by Professor Jansen during the Fall '10 term at Rijksuniversiteit Groningen.

Page1 / 3

2.1 LPs hst.12 - Blok 2.1 Waarnemen en reageren Leerboek...

This preview shows document pages 1 - 2. Sign up to view the full document.

View Full Document Right Arrow Icon
Ask a homework question - tutors are online