2.1 MPh hst.45-48 - Blok 2.1 Waarnemen en reageren Medical...

Info iconThis preview shows pages 1–2. Sign up to view the full content.

View Full Document Right Arrow Icon
Blok 2.1 Waarnemen en reageren Medical Physiology Hst. 45 Organization of the Nervous System, Basic Functions of Synapses, “Transmitter Substances” Elektrische synapsen hebben directe open vloeistof kanalen, gap junctions. In het CZS komt dit weinig voor. In chemische synapsen scheidt het eerste neuron een neurotransmitter uit en deze werkt in op receptoreiwitten in het membraan van de volgende neuron om hem te activeren, inhiberen of zijn sensitiviteit te modificeren. Ze geven signalen altijd in één richting door: van presynaptisch (scheidt de transmitter uit) naar postsynaptisch (werkt de transmitter op in). De presynaptische terminal wordt gescheiden van de postsynaptische neuron door de synaptische spleet. De terminal bevat vooral transmitter vesicles (bevatten de neurotransmitter) en mitochondriën (leveren ATP voor het maken van nieuwe neurotransmitters). Het presynaptische membraan bevat grote aantallen spanningsafhankelijke Ca 2+ kanalen . Wanneer een ap het presynaptische membraan depolariseert gaan de Ca 2+ kanalen open, waardoor er grote hoeveelheden Ca 2+ het terminal binnenstromen. De kwantiteit van de neurotransmitter dat wordt uitgescheiden in de synaptische spleet is direct gerelateerd aan de hoeveelheid Ca 2+ dat naar binnen stroomt. De receptoreiwitten in het postsynaptische membraan bestaan uit een bindingscomponent (die de neurotransmitter bindt) en een ionophore component (ionkanaal of een “second messenger” activator). “Second messenger” signalen kunnen langdurige veranderingen in neuronen teweeg brengen. Anion kanalen laten meestal Cl - naar binnen, een transmitter die deze kanalen opent is een hibitor. Kation kanalen laten meestal Na + naar binnen, een transmitter die deze kanalen opent is een excitator. De verhoging van het rustpotentiaal, die hierdoor wordt veroorzaakt, wordt het excitatoire postsynaptische potentiaal ( EPSP ) genoemd, want als het potentiaal ver genoeg stijgt ontstaat er ook in dit neuron een ap. Een EPSP van +20 millivolt vereist een simultane ontlading van vele terminals, dit gebeurt bij een proces dat summatie genoemd wordt. Het eindplaatpotentiaal ( EPP ) komt voor in spiervezels. De snelle instroom van Na + ionen in de spiervezel wanneer de acetylcholine kanalen openen, zorgt ervoor dat het electrische potentiaal in de vezel in het lokale gebied van de eindplaat om te stijgen in positieve richting met 50 tot 75 millivolt. Hierdoor wordt een lokaal potentiaal, het EPP, gecreëerd. Als het EPP sterk genoeg is zorgt het voor een ap in het spiervezelmembraan. Neurotransmitters: Kleine moleculen: geproduceerd bij de terminals, de vesicles worden gerecycled en ze werken snel Neuropeptiden: geproduceerd in het perikaryon, vesicles niet gerecycled, werken langzamer, veel effectiever, zorgen voor langere acties. Wanneer het EPSP genoeg in positieve richting stijgt, initieert het een ap in het neuron. Het ap begint in het
Background image of page 1

Info iconThis preview has intentionally blurred sections. Sign up to view the full version.

View Full DocumentRight Arrow Icon
Image of page 2
This is the end of the preview. Sign up to access the rest of the document.

Page1 / 3

2.1 MPh hst.45-48 - Blok 2.1 Waarnemen en reageren Medical...

This preview shows document pages 1 - 2. Sign up to view the full document.

View Full Document Right Arrow Icon
Ask a homework question - tutors are online