1.3 MPh hst.14+15+17-21+23+24

1.3 MPh hst.14+15+17-21+23+24 - Blok 1.3 Bouwen aan...

Info iconThis preview shows pages 1–2. Sign up to view the full content.

View Full Document Right Arrow Icon
Blok 1.3 Bouwen aan gezondheid Medical Physiology Hst. 14 Overview of the Circulation; Medical Physics of Pressure, Flow, and Resistance Functionele delen van de circulatie: Arteriën : transport van bloed onder hoge druk naar de weefsels Arteriolen : controleren de hoeveelheid bloed die aan de capillairen wordt afgegeven Capillairen : uitwisseling van stoffen met het weefsel Venulen : verzamelen het bloed van de capillairen Venen : transport van het bloed vanaf de venulen naar het hart, reservoir voor extra bloed Het grootste gedeelte van het bloed, 64%, bevindt zich in de venen. En maar een heel klein deel bevindt zich in de capillairen. De gemiddelde druk in de aorta is 100 mm Hg (80 en 120 mm Hg) en in het rechteratrium is het ongeveer 0 mm Hg. In de capillairen is het tussen de 35 en 10 mm Hg. Deze druk is laag genoeg zodat er weinig plasma uit de vaten lekt, maar er wel goede uitwisseling van stoffen kan plaatsvinden door de poriën van de vaten. In de pulmonairvaten is het principe hetzelfde maar de drukken zijn allemaal een stuk lager. De gemiddelde pulmonaire arteriële druk is 16 mm Hg (25 en 8 mm Hg) en de gemiddelde pulmonaire capillairendruk is 7 mm Hg. Hierdoor kan goede uitwisseling van gassen plaatsvinden. Er gaat evenveel bloed door de longcirculatie als door de systeemcirculatie. Want ze staan met elkaar in verbinding en wanneer er niet evenveel doorheen zou gaan zouden de bloedvolumes die zich in beide circulaties bevinden veranderen. De basisprincipes van de functie van het circulatiesysteem: De hoeveelheid bloed dat naar elk weefsel van het lichaam gaat wordt bijna altijd aangepast aan de hoeveelheid die het weefsel nodig heeft. De cardiac output wordt vooral geregeld door de som van alle bloedstromen naar lokale weefsels. In het algemeen wordt de arteriële druk onafhankelijk van de lokale bloedstroom of cardiac output geregeld. De bloedstroom door een vat is afhankelijk van: Drukverschil : zorgt voor het stromen van het bloed Vaatweerstand : wanneer bloed laminaire stroomt (dus niet turbulent) is de snelheid van het bloed in het midden van het vat veel groter dan aan de buitenkanten. Dit komt doordat de moleculen aan de buitenkant weinig bewegen doordat het aangetrokken wordt door de vaatwand, de volgende laag moleculen gaat over deze moleculen heen, enzovoort. De middelste laag heeft al veel glijdende lagen tussen zich en de buitenkant, deze laag kan dus heel snel bewegen. Bloedstroom ∞ diameter 4 . Een kleine verandering in de diameter van arteriolen kan dus een heel groot verschil in de grote van de bloedstroom maken. Met catheterisatie en een kwik manometer kun je goed vaste drukken meten, maar snel veranderende drukken zijn hier niet goed mee te meten. Hier moet je elektronische druk transducers gebruiken, deze zetten de bloeddruk en/of snelle veranderingen in bloeddruk om in elektrische signalen en kunnen dit uitschrijven met een hoge snelheid elektrische recorder. Deze transducers hebben erg dunne, sterk uitgerekte metale membranen die
Background image of page 1

Info iconThis preview has intentionally blurred sections. Sign up to view the full version.

View Full DocumentRight Arrow Icon
Image of page 2
This is the end of the preview. Sign up to access the rest of the document.

This note was uploaded on 01/09/2011 for the course MED Blok 1.3 taught by Professor Devries during the Spring '09 term at Rijksuniversiteit Groningen.

Page1 / 9

1.3 MPh hst.14+15+17-21+23+24 - Blok 1.3 Bouwen aan...

This preview shows document pages 1 - 2. Sign up to view the full document.

View Full Document Right Arrow Icon
Ask a homework question - tutors are online