Examenvragen - Inleiding tot de Psychologie – Examen...

Info iconThis preview shows page 1. Sign up to view the full content.

View Full Document Right Arrow Icon
This is the end of the preview. Sign up to access the rest of the document.

Unformatted text preview: Inleiding tot de Psychologie – Examen Januari 2008 1. Welke uitspraak is fout bij da kind van 10 jaar da hetzelfde scoort als de gemiddelde score van iemand van 15? 2. Twee mensen solliciteren voor een hoge functie: de ene is blank en oud, en de andere is zwart en heeft niet veel werkervaring maar wel motivatie. De blanke wordt aangenomen, waarop de zwarte reageert: 'De CEO is een racist'. 3. Iemand zegt dat Bart Wellens een laag IQ heeft, omwille van zijn gedrag... Maar door wat kunt ge aantonen dat die stelling niet juist is? 4. De vrouw die iets over vrouwen in de politiek ofzoiets? 5. Wat sluit het meest aan bij de behavioristische...? 6. Welke stelling is juist...? 7. Experiment Sperling. 8. Warme choco en Bier, warme choco wordt automatisch door ober toegewezen aan de vrouw, terwijl het aan de man moest zijn. 9. Wat wordt aangetoond met het onderzoek van de leraar die schokken moet uitdelen aan leerling? 10. Welke stelling is fout bij het kakkerlakken exp? 11. Werkt de polygraaf soms 'perfect'? 12. Persoon herinnert zich niet meer dat hij gisteren iets gedaan heeft, maar wel dingen over Britney spears zoveel jaar terug...? Welk geheugen beschadigt? 13. Welk deel speelt geen centrale rol bij emoties? 14. Wat toont het ultimatum game aan? 15. Wat bepaald hoe we een sensatie waarnemen (of iets in die aard)? 16. Welke stelling is waar? Antwoorden (?): 1. Het kind heeft een mentale leeftijd van 10 jaar 2. Self-serving bias 3. Gardners 7 intelligenties 4. Representativiteitsheuristiek 5. Men leert beter als men niet constant bekrachtiging geeft 6. Negatieve en positieve bekrachtiging leiden allebei tot een toename van het gedrag. 7. Ik had daar door Masking, maar het moet Marker zijn 8. Gedrag wordt bepaald door situatie ofzoiets 9. 10. Passief en toekijkend publiek hebben beide positieve invloed op resultaat van kakkerlakken 11. Ik heb daar dat noch a, noch b kon, dus dat de polygraaf nooit 'perfect' werk kan leveren 12. Episodisch geheugen 13. Occipitaal lobbe 14. Economisch denken wordt bepaald door voorste 'nieuwe' gedeelte 15. Een gebied in de hersenen 16. Toonhoogte wordt bepaald door frequentie ...
View Full Document

Ask a homework question - tutors are online