Leervragen antwoorden II

Leervragen antwoorden II - Week 6: Huidkanker Thema 29:...

Info iconThis preview shows pages 1–2. Sign up to view the full content.

View Full Document Right Arrow Icon

Info iconThis preview has intentionally blurred sections. Sign up to view the full version.

View Full DocumentRight Arrow Icon
This is the end of the preview. Sign up to access the rest of the document.

Unformatted text preview: Week 6: Huidkanker Thema 29: Zenuwweefsel Junqueira H9; practicumhandleiding Histologie 1. Bespreek de microscopische opbouw (inclusief perikaryon, dendrieten, axon, synapsen) van een neuron. Neuronen bestaan uit drie onderdelen: Het cellichaam of perikaryon, met de kern als middelpunt: dit vormt het stofwisselingscentrum van de cel, dat ook gevoelig is voor prikkels. Naast de kern bevat het perikaryon ook cytoplasma met veel vrije polyribosomen en een sterk ontwikkeld RER (hoog eiwitsynthetiserende activiteit voor structurele eiwitten en exporteiwitten (neurotransmitters)). De polyribosomen en RER worden samen de Nissl-substantie (worden waargenomen als basofiele elementen bij kleurin van Nissl). De dendrieten: sterk vertakte uitlopers, kort en boonvormig, meestal een aantal per neuron. Zij vangen meestal stimuli op en geleiden deze naar het cellichaam. Het axon: een enkele vaak zeer lange uitloper, die meestal impulsen naar andere cellen (neuronen, spiercellen of kliercellen) leidt. Het distale uiteinde van het axon is gewoonlijk vertakt en wordt telodendrom (eindboompje) genoemd. Elke collaterale tak van het telodendrom eindigt met een verbreding (eindknopje of bouten) waarlangs overdracht van de impuls via specifieke contactplaatsen, de synapsen, naar andere neuronen of cellen plaatsvindt. In bestaan afhankelijk van perikaryon door het missen van een aantal organellen. 2. Op welke wijze kunnen neuronen ingedeeld worden op basis van hun vorm en functie? Op grond van vorm en grootte kunnen neuronen als volgt onderscheiden worden: Multipolaire neuronen, met meer dan twee uitlopers, waaronder n axon en meerdere dendrieten. De meeste neuronen zijn van dit type. Bipolaire neuronen, met n axon en n dendriet. Zij komen onder ander voor in het gehoororgaan en het netvlies. Pseudo-unipolaire neuronen, met n uitloper die op enige afstand van het perikaryon T- vormig splitst in een axon en een dendriet. Deze situatie komt veel voor bij spinale en craniale ganglia en laat een directe impulsgeleiding toe van dendriet naar axon. Zenuwcellen kunnen ook worden ingedeeld naar functie: Motorische (efferente) neuronen (motorneuronen) benvloeden effectoren zoals spiervezels, exo- en endocriene klieren. Sensorische of sensibele (afferente) neuronen ontvangen prikkels uit de omgeving en uit het lichaam zelf. Schakelneuronen (interneuronen) verzorgen de verbinding tussen neuronen onderling binnen n kerngebied. Projectieneuronen verbinden kerngebieden onderling. 3. Leg uit wat voor typen transport van producten er in het axon plaatsvinden. Geef aan waar dit transport toe dient. In het axon vindt een intensief bidirectioneel transport van producten plaats....
View Full Document

Page1 / 58

Leervragen antwoorden II - Week 6: Huidkanker Thema 29:...

This preview shows document pages 1 - 2. Sign up to view the full document.

View Full Document Right Arrow Icon
Ask a homework question - tutors are online