000 juist wel respectievelijk 331 en 296 g voorbeelden

Info iconThis preview shows page 1. Sign up to view the full content.

View Full Document Right Arrow Icon
This is the end of the preview. Sign up to access the rest of the document.

Unformatted text preview: , maar bij een hoog inkomen van € 100.000 juist wel (respectievelijk 33,1% en 29,6%). g. Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: Een lagere belasting op arbeid kan leiden tot (relatief) lagere loonkosten, waardoor de concurrentiepositie beter wordt. Een lagere belastingdruk kan de koopkracht verhogen, waardoor de bestedingen toenemen. © LWEO B.V. Niets uit deze publicatie mag op enigerlei wijze worden overgenomen zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. Het verlenen van toestemming tot publicatie strekt zich tevens uit tot het elektronisch beschikbaar stellen. Zie ook de leveringsvoorwaarden van de LWEO (www.lweo.nl). UITWERKINGEN ZELFTEST OVERHEID 2008 - 2009 Zelftest hoofdstuk 3 Gesloten vragen 3.15 B*; 3.16 D; 3.17 B; 3.18 A; 3.19 A; 3.20 D; * X - (540-50) = 10 ⇒ X-490 = 10 ⇒ X = 500 dus € 500 miljard. Open vragen 3.21 a. De aflossingen vergroten het begrotingstekort en hebben geen effect op het financieringstekort (financieringstekort + aflossingen = begrotingstekort). Als het financiering...
View Full Document

Ask a homework question - tutors are online