Een acute verhoging van de arteriële druk zorgt voor

Info icon This preview shows pages 3–4. Sign up to view the full content.

View Full Document Right Arrow Icon
Een acute verhoging van de arteriële druk zorgt voor een directe stijging van de bloedstroomsterkte. Maar in minder dan een minuut wordt de bloedstroomsterkte weer normaal, ook al blijft de druk hoog. Dit de autoregulatie van de bloedstroom. Hiervoor zijn 2 theoriën: Metabole theorie : wanneer de arteriële druk te hoog wordt, wordt er te veel zuurstof en voedingsstoffen naar de weefsels vervoerd. Deze voedingsstoffen (vooral zuurstof) zorgen ervoor dat er vasoconstrictie optreedt, waardoor de bloedstroomsterkte weer normaal wordt. Vooral belangrijk wanneer de metabole behoeften van de weefsels sterk zijn verhoogd. Myogene theorie : een hoge arteriële druk rekt de bloedvaten uit, wat zorgt voor een vasoconstrictie zorgt. Waardoor de bloedstroomsterkte weer normaal wordt. Het voorkomt overrek van de bloedvaten. ( Bayliss effect ) De lokale mechanismen voor de controle van de doorbloeding kan alleen de zeer kleine arteriën en arteriolen laten dilateren, omdat de vasodilaterende stoffen of te weinig zuurstof in de weefsels alleen deze vaten kan bereiken. Maar er is een tweede mechanisme dat ook de grotere arteriën laat dilateren. De endotheelcellen om de arteriolen en kleine arteriën maken stoffen die de graad van relaxatie of contractie van de arteriële wand beïnvloeden ( autocoïden ). De belangrijkste is het EDRF (endothial derived relaxating factor) (korte halfwaardetijd), gemaakt uit NO. Een snelle bloedstroom door de arteriën en arteriolen zorgt voor stress van de endotheelcellen. Dit zorgt voor een verhoogde afgifte van NO, de NO zorgt voor relaxatie van de bloedvaten. Humorale stoffen zijn stoffen die uitgescheiden zijn in de lichaamsvloeistoffen. Deze stoffen zorgen voor de humorale controle van de circulatie. Vasoconstrictors: Noradrenaline en adrenaline : noradrenaline is een sterke vasoconstrictor, adrenaline is dit in mindere mate en soms zorgt het zelfs voor milde vasodilatatie. Noradrenaline wordt aan de uiteinden van orthosympatische zenuwen afgegeven. Noradrenaline en adrenaline worden na orthosympatische stimulatie door de bijnier afgegeven aan het bloed. Angiotensine II : sterke vasoconstrictor. Werkt normaal gesproken op vele arteriolen tegelijk in, zodat de totale perifere weerstand wordt vergroot. Vasopressine (ADH): nog sterkere vasoconstrictor, in zeer kleine hoeveelheden aanwezig. Endotheline : sterke vasoconstrictor, komt vrij uit de endotheelcellen van bloedvaten na beschadiging. Vasodilators: Bradykinine : sterke vasodilator en zorgt voor verhoogde capillaire permeabiliteit Histamine : sterke vasodilatator van de arteriolen en zorgt voor verhoogde capillaire permeabiliteit. Het wordt uitgescheiden door elk weefsel van het lichaam dat beschadigd, ontstoken of onderworpen aan een allergische reactie is.
Image of page 3

Info icon This preview has intentionally blurred sections. Sign up to view the full version.

View Full Document Right Arrow Icon
Image of page 4
This is the end of the preview. Sign up to access the rest of the document.

{[ snackBarMessage ]}

What students are saying

  • Left Quote Icon

    As a current student on this bumpy collegiate pathway, I stumbled upon Course Hero, where I can find study resources for nearly all my courses, get online help from tutors 24/7, and even share my old projects, papers, and lecture notes with other students.

    Student Picture

    Kiran Temple University Fox School of Business ‘17, Course Hero Intern

  • Left Quote Icon

    I cannot even describe how much Course Hero helped me this summer. It’s truly become something I can always rely on and help me. In the end, I was not only able to survive summer classes, but I was able to thrive thanks to Course Hero.

    Student Picture

    Dana University of Pennsylvania ‘17, Course Hero Intern

  • Left Quote Icon

    The ability to access any university’s resources through Course Hero proved invaluable in my case. I was behind on Tulane coursework and actually used UCLA’s materials to help me move forward and get everything together on time.

    Student Picture

    Jill Tulane University ‘16, Course Hero Intern