variola major ernstige huidletsels 30 mortaliteit 1976 1979 wereldwijde

Variola major ernstige huidletsels 30 mortaliteit

This preview shows page 9 - 12 out of 12 pages.

variola major: ernstige huidletsels -> 30% mortaliteit - 1976-1979: wereldwijde vaccinatie met vaccinia virus - uitroeiing van variola - 1979: vaccinatie beëindigd - risico’s verbonden aan de vaccinatie : - encefalitis - vaccinia gangrenosa (uitbreiding van het huidletsel) - eczema vaccinatum (kinderen) Poxvirus =verwant aan vaccinia - veroorzaakt parelwratjes —> GEEN WRATTEN! - banale huidaandoening - veel verspreid onder kinderen - kunnen vanzelf verdwijnen na 9m - heelkundige wegname - ernstig verloop bij immuundeficiënte personen
Image of page 9
hoofdstuk 4 / 10 12 4. ADENOVIRUSSEN —> voornaamste virusinfecties aan het oog - HSV-1 : Keratitis - conjunctivitis - VZV: Zoster ophtalmicus - CMV: Retinits - Rubella virus (congenitaal): Katarakt en retinopathie - Adenovirus: Keratitis - Conjunctivitis Algemene kenmerken - geen enveloppe -> vrij stabiel —> knn gemakkelijk leiden tot plaatselijke uitbraken! - zeer infectieus: epidemisch - latent aanwezig in de lymfeknopen -> reactivatie bij immuunsuppressie - transplantatie onder immunosuppressiva -> ernstige infecties - geen offificieel erkende behandeling - hebben geen viraal thymine kinase —> aciclovir : ongevoelig - cidofovir (oogdruppels) : voldoende gevoelig maar niet off erkend - preventie: desinfectie in oftalmologische instrumenten —> uiteenlopende ziektebeelden door adenovirussen Gebruik van adenovirus vectoren - Adenovirussen zijn gemakkelijk moleculair- biologisch manipuleerbaar - in hoge titers repliceren in celcultuur - kunnen veel verschillende celtypes infecteren - bij gebr worden genen die verantw zijn voor replicatie en pathologie verwijderd bv Mucoviscidose (onderzoek): functionele gen cloneren in adenovirus virus vector -> toediening van hoge hvlheden partikels -> transfectie vd humane cellen met het therapeutische gen -> expressie vh gen -> aandoening corrigeren
Image of page 10
hoofdstuk 4 / 11 12 Examenvragen: Bespreek herpesmiddelen: werking en interacties. Bespreek de antivirale middelen die gebruikt worden bij herpesvirussen en geef hun eventuele nevenwerking. of Geef de antivirale geneesmiddelen gebruikt bij herpesvirussen met hun werkingsmechanisme. Wat weet je over genitale herpes? Geef minstens 4 virussen die bij kinderen leiden tot huiduitslag. - HSV - VZV Geef de symptomen en behandeling en/of preventie van een congenitale cytomegalovirusinfectie. Welk zijn de 2 belangrijkste oorzaken van congenitale infecties? - CMV (belangrijkste virale oorzaak) - rubella Wat zit er in het recent ontwikkelde vaccin tegen baarmoederhalskanker? Aan welke bevolkingsgroep wordt het toegediend? Verklaar volgende uitspraak: het varicella vaccin zal universeel moeten worden toegepast universele vaccinatie (nog) niet toegepast wegens minstens 3 redenen 1) slechts verantwoord bij een vaccinatiegraad van minstens 90% -> kan bekomen worden door vaccin te combineren met MBR vaccin in BE: 82-83% vaccinatiegraad, niet voldoende —> bij een lage vaccinatiegraad: gevaar voor uitstel primo-infectoe tot latere leeftijd —> verhoogde incidentie van ernstige congenitale varicella (grotere risico op primo- infectie bij zwangere vrouwen) 2) onduidelijkheid over de duur van de immunrespons: in VS wel vaccinatiegraad van 90% behaald maar daalt na enkele jaren na de vaccinatie 3)
Image of page 11
Image of page 12

You've reached the end of your free preview.

Want to read all 12 pages?

  • Spring '15
  • Roland Breeur

  • Left Quote Icon

    Student Picture

  • Left Quote Icon

    Student Picture

  • Left Quote Icon

    Student Picture