Een monopolist die zijn winst maximaliseert zal bepalen hoeveel goederen hij op

Een monopolist die zijn winst maximaliseert zal

This preview shows page 76 - 78 out of 106 pages.

Een monopolist die zijn winst maximaliseert zal bepalen hoeveel goederen hij op de markt brengt. Dat punt is waar marginale opbrengst = marginale kosten (MR = MC). Dat is net hetzelfde als bij een bedrijf in volmaakte concurrentie. Het verschil is dat bij volmaakte concurrentie de marginale opbrengst = de prijs. En dus constant was onafhankelijk van hoeveel je produceert. Bij een monopolist is dat niet zo, je marginale opbrengst is niet = aan de prijs maar is < dan de prijs. En afhankelijk van hoeveel je produceert en wilt verkopen. Maar de basislogica is hetzelfde, ik ga meer produceren als het mij meer opbrengt dan dat het mij kost (marginale opbrengst > marginale kost). 9Marginale kosten: je verandering in je totale kosten als je 1 eenheid meer produceert Samenvatting micro-economiePagina 76 van 106EXAMEN!
Background image
Het kan ook zijn dat de monopolist zijn opbrengst gaat maximaliseren. Hij probeert dus zoveel mogelijk geld in kas te krijgen en trekt zich niet veel aan van de kosten.27WELVAARSKOSTEN VAN MONOPOLIE (EENS BEKIJKEN IN FILMKE)De maatschappij houdt niet van monopolies. Daarom gaat de overheid maatregelen nemen om de monopoliemacht van bedrijven te beperken. Dus om de overname van bedrijven te beperken. Ze gaan er dus op toezien dat er voldoende concurrentie is in de vele markten. Waarom?Een monopolie heeft een nadeel voor de maatschappij. Dat tonen we aan via het consumenten en producentensurplus.Consumentensurplus: toont aan hoe blij de mensen zijn om een bepaalde hoeveelheid goederen te kopen tegen een bepaalde prijs. Hoe blij, hangt af van het verschil tussen wat ze willen betalen en de echte prijs bv. ik wil €700 betalen voor een bloempot en het is maar €100 dan ben ik €600 blij. Consumentensurplus Bij de monopolie die de winst wil maximaliseren:Die kiest een punt waar de MR = MC. We stellen dan vast dat de prijs p1 is. En dat de consumenten Q1 bloempotten kopen. de consumenten hebben daarbij een consumentensurplus (gele driehoek). Die toont aan dat de mensen bereid waren om meer te betalen dan p1. ProducentensurplusZij zijn ook blij om die bloempotten te verkopen (groen oppervlak). Wat wil dat zeggen: ze krijgen zoveel voor een bloempot en het kost maar zoveel om die te produceren. Duseigenlijk is dat je winst. (Q1+ 1)-de eenheid niet produceren zorgt voor welvaartsverlies! Als monopolist, ga ik dat toch niet produceren omdat ik dan mijn prijs op alle bloempotten moet verlagen en dat verlaagt mijn winst dus das is nadelig. Dat is voor de consument spijtig want zij willen daar wel voor betalen. Dus dat zorgt voor een welvaartsverlies (deadweight loss). 27.1Marktevenwicht is niet efficiëntDe consumenten hebben daarbij een welvaartswinst = consumentensurplus (gele driehoek).WelvaartsverliesWelvaart die verloren gaat door dat de markt een monopolievorm heeftBlauwe oppervlakte toont het welvaartsverlies aan (deadweight loss). Die welvaart zijn we kwijt, de mensen willen die bloempotten hebben en ik kan ze produceren maar ik doe dat nietomdat ik mijn prijs niet wil laten dalen.
Background image
Image of page 78

You've reached the end of your free preview.

Want to read all 106 pages?

  • Spring '17
  • Heyndels

  • Left Quote Icon

    Student Picture

  • Left Quote Icon

    Student Picture

  • Left Quote Icon

    Student Picture