Een goed gekende integratiemethode is knippen en

Info icon This preview shows pages 167–169. Sign up to view the full content.

View Full Document Right Arrow Icon
Een goed gekende integratiemethode is knippen-en-wegen . Hierbij worden de pieken uit het gaschromatogram uitgeknipt en gewogen. De massa’s zijn evenredig met de concentraties van de verbindingen. Nadelen van deze methode is dat ze vrij tijdrovend is en dat de uitgedrukte gaschromatogram wordt vernietigd. De accuraatheid is afhankelijk van hoe nauwkeurig de operator de pieken kan uitknippen. De snelste, maar ook de minst accurate methode is bepaling van de hoogte van de pieken . Men ondersteld dat als de oppervlakte onder de piek evenredig is met de concentratie van de verbinding, dan ook de piekhoogte evenredig met de concentratie moet zijn. De methode kan enkel gebruikt worden als de pieken scherp zijn, en dan nog is de bepaling van de oppervlakte te verkiezen. Meting van de piekhoogte is wel geschikt voor vergelijking van dezelfde componentpiek in opeenvolgende chromatogrammen. Een eenvoudige integratietechniek onderstelt dat de GC-piek een driehoekige vorm heeft, en de oppervlakte wordt berekend via de formule oppervlakte = ½ × basis × hoogte. Een nadeel van deze methode is de vereiste dat alle chromatografische pieken naar de basislijn terugkeren. Bij gedeeltelijk overlappende pieken is dit niet het geval. Bij een aangepaste methode wordt in plaats van ½ × basis de breedte van de piek bij halve hoogte genomen. De oppervlakte kan ook met een planimeter worden bepaald. Een planimeter is een mechanisch toestel dat de lengte van curven meet en die lengte door middel van een conversiefactor naar een oppervlakte omzet. Bij gaschromatografie kan men werken met de gemeten lengte van de lijn die het profiel van de piek vormt, in plaats van gebruik te maken van de werkelijke oppervlakte. Ook deze lengten zijn immers evenredig met de concentraties. De verschillende integratietechnieken geven enkel oppervlakten onder de piek of getallen die evenredig zijn met de oppervlakte onder de GC-piek. Er bestaan vier procedures om de oppervlakten naar feitelijke concentraties om te rekenen: (1) normalisatie, (2) gebruik van een uitwendige standaard,
Image of page 167

Info iconThis preview has intentionally blurred sections. Sign up to view the full version.

View Full Document Right Arrow Icon