Hij liep dwars door een zonnige stofbaan heen zodat

This preview shows page 8 - 10 out of 105 pages.

van mijn kamertje. Hij liep dwars door een zonnige stofbaan heen zodat de slapende ratten even in het donker zaten. Albinet, de witte cavia, verslikte zich in een stukje koolstronk. Groene slangetjes sluimerden in kale boomtakken die hun kooien diagonaalsgewijs versierden. Alex was afwezig, zou wel in de koffiekamer zijn. ‘Wat zijn die donkere troeteljongens in die grote kooi?’ vroeg Lambert. ‘Ratten,’ zei ik. Lambert liep naar een terrarium waarvan hij het deksel oplichtte en vroeg: ‘Wat huist hierin?’
‘Voorzichtig,’ riep ik, ‘daar zitten kleine, uiterst giftige spinnetjes in.’ ‘Niet erg verstandig om die dan hier open en bloot te laten staan,’ zei hij, ‘ik zou op z’n minst een slotje aan dat deksel maken.’ ‘Ja,’ zei ik, ‘dat moet ook gebeuren, temeer daar iedereen die hier voor het eerst komt, het deksel oplicht en z’n hand in het terrarium steekt.’ ‘Jenny ook?’ vroeg Lambert achteloos. ‘Ja,’ zei ik, en ik voelde dat mijn gezicht rood werd en ik zei: ‘Maar er is nog nooit een ongeluk gebeurd. Pas als je tussen de stenen gaat wroeten komen de spinnetjes tevoorschijn.’ Peinzend liep Lambert naar een kooi met vrouwtjesratten. Met zijn wijsvinger tikte hij tegen de tralies. Een zwanger vrouwtje omklemde met haar voorpootjes de spijlen. Voorzichtig streelde Lambert het neusje van de rat en zij beet, omdat zwangere vrouwtjes altijd bijten. ‘Allemachtig,’ riep Lambert, ‘ik ben gebeten.’ Alex kwam de zaal binnen, zag dadelijk wat er gebeurd was en liep rechtstreeks naar een muurkastje waarin de jodium werd bewaard. ‘Verdomd pijnlijk,’ zei Lambert op zijn vinger zuigend. ‘Ach,’ zei Alex toen hij een druppel jodium op de vinger aanbracht, ‘ik zeg maar altijd met Florence Nigthingale: als er geen pijn was viel er ook niets te helpen en waar moesten we dan heen?’ 3 Met haar benen onder haar lichaam gevouwen zat Leonie in onze gemakkelijkste fauteuil. Ze las de plaatselijke krant die het bericht bevatte. Maar daar was ze, zo te zien, nog niet aan toe. Terwijl ik af en toe tersluiks over mijn landelijk avondblad, dat het bericht gelukkig niet bevatte, naar haar serene, kalme gezicht keek, dacht ik aan Amerikaans onderzoek waaruit was gebleken dat studentes in universiteitsbibliotheken veel vaker hun benen onder zich vouwen dan studenten. En het hangt er niet vanaf of die meisjes een rok dragen. Nee, die foetushouding, zoals de onderzoeker hem had genoemd, werd door vrouwen meer vertoond. ‘Aangeleerd natuurlijk,’ dacht ik, ‘in hun jeugd worden meisjes aangemoedigd om zo te zitten en jongens niet. Zo moeten immers vandaag de dag alle verschillen tussen man en vrouw verklaard worden.’ En toen dacht ik: ‘En het wordt vrouwen ook altijd aangepraat dat ze dolgraag moeder willen worden. Daarom verlangt Leonie naar niets anders.’ Weer keek ik over mijn krant naar haar vrij brede, platte gezicht, en naar de omhoog gestuwde jukbeenderen en ik hoorde een van mijn vroegere vrienden afgunstig zeggen: ‘Als je naar Leonie kijkt is het net alsof al je problemen voorgoed opgelost zouden zijn als je ook maar één keer met haar naar bed zou mogen.’ ‘Zo,’ had ik gezegd, ‘en waarom dan wel?’ en hij had gezegd, gefluisterd:

  • Left Quote Icon

    Student Picture

  • Left Quote Icon

    Student Picture

  • Left Quote Icon

    Student Picture